blog

Aanmerkelijk belang winst bij overlijden

Geen opzet, toch fout!

In de praktijk wordt - uit onwetendheid -  bij het verzorgen van de aangifte inkomstenbelasting  vaak geen rekening gehouden met de winst uit aanmerkelijk belang die genoten wordt als een eigenaar van een B.V. het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt.

 

Stel mijnheer Jansen overlijdt op 80-jarige leeftijd. Ooit had hij een onderneming in zijn B.V. Na verkoop van de zaak zit er alleen nog een effectenportefeuille en een pensioenverplichting in. Hij was in gemeenschap van goederen gehuwd. Zijn nalatenschap bestaat dan uit de helft van de bezittingen en schulden van hun gezamenlijke vermogen.

 

De helft van de aandelen in de B.V. vererft dus ook. De andere helft is en blijft (voorlopig) van zijn vrouw.

 

Ouderlijke boedelverdeling

Als er geen testament is gaan alle goederen (waaronder de aandelen in de B.V.) minus de schulden naar de langstlevende echtgenoot, in dit geval de vrouw. Omdat deze daardoor meer dan haar erfdeel krijgt, wordt deze overbedeling rechtgetrokken door het opvoeren van een schuld aan de overige erfgenamen, meestal de kinderen. In testamenten wordt een dergelijke  verdeling ook vaak toegepast.

 

Als je het simpel bekijkt verandert er in feite niets. Alle bezittingen en schulden van het echtpaar blijven bij de langstlevende en die krijgt alleen een schuld aan de kinderen. Het is eigenlijk alleen een papieren verhaal.

 

Maar de Belastingdienst ziet dat heel anders. Die zegt dat de aandelen van de overledene (fictief) vervreemd zijn. Het gevolg is dat het verschil tussen de waarde van de aandelen op de sterfdatum en de verkrijgingsprijs (meestal het nominale aandelenkapitaal) belastbaar is als winst uit een aanmerkelijk belang. Er is sprake van een aanmerkelijk belang in een B.V. (een a.b.) als iemand tenminste vijf procent van de aandelen bezit. De inkomsten uit dit aandelenbezit zoals dividenduitkeringen en winst bij verkoop van de aandelen zijn tegen een tarief van 25% belastbaar in box 2.

 

Toen Jansen zijn B.V. oprichtte stortte hij € 18.000 op zijn aandelen. De accountant berekent de waarde van de aandelen per de sterfdatum op € 300.000. De helft van de aandelen behoort tot de nalatenschap. Dit deel komt bij zijn echtgenote terecht en gaat dus in andere handen over.

 

Aanmerkelijk belang winst

Mijnheer Jansen realiseert dus door zijn overlijden een a.b.-winst van (€ 150.000 minus € 9.000 is) € 141.000. Dit bedrag moet in zijn aangifte inkomstenbelasting verwerkt worden en zal met 25% inkomstenbelasting belast worden. Het is wel zo dat deze bate in principe naar eigen inzicht over de fiscale partners verdeeld mag worden. Maar voor deze verdeling moet je wel direct bij het indienen van de aangifte kiezen.

 

Als je verzuimt om de a.b.-winst aan te geven en de Belastingdienst trekt deze fout later recht door een navorderingsaanslag op te leggen, ben je gebonden aan de wettelijke verdeling ad 50% voor iedere partner. Dit kan minder voordelig zijn dan wanneer van de keuzemogelijkheid gebruik wordt gemaakt.

 

Inmiddels is er al wat rechtspraak verschenen over situaties waarin werd vergeten om deze a.b.-winst aan te geven. De belastingplichtigen (erfgenamen) voerden allerlei argumenten aan waarom de Belastingdienst, ondanks het feit dat er al een definitieve aanslag was opgelegd, niet meer kon navorderen.

 

Rechtsmiddelen voor de Belastingdienst om na te vorderen

Zoals geen nieuw feit of een ambtelijk verzuim. De belastingplichtigen zijn vaak van mening dat de inspecteur alles uit de kast moet halen als hij een primitieve aanslag oplegt. Dit gaat niet meer op want het is inmiddels vaste rechtspraak dat de inspecteur in principe mag uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige in zijn aangifte heeft verstrekt. Als een aangifte er netjes en verzorgd uitziet is er bijna nooit een aanleiding om een diepgaand onderzoek in te stellen zodat het argument van het ontbreken van een nieuw feit of het plegen van een ambtelijk verzuim niet gauw meer opgaat.

 

Een ander anker voor de fiscus is de kwade trouw. Bij kwade trouw is een nieuw feit niet meer nodig. Er is sprake van kwade trouw als de belastingplichtige  ten aanzien van de betreffende post in zijn aangifte opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Onder ‘opzet’ valt ook ‘voorwaardelijke opzet’. Hiervan is sprake als de belastingplichtige zich ervan bewust is geweest dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de aangifte onjuist was. Hierbij wordt de kennis van de belastingadviseur aan de klant toegerekend.

 

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste in 2016 over een zaak waarin de adviseur zich kennelijk niet realiseerde dat bij de vererving van de betreffende pensioen-B.V. over a.b.-winst afgerekend moet worden. Hij beriep zich o.a. op de oude doorschuifregeling van de fiscale verkrijgingsprijs voor aandelen in een aanmerkelijk belang B.V. Maar sinds het jaar 2001 kun je de a.b.-claim alleen nog maar naar de erfgenamen doorschuiven als de B.V. een onderneming exploiteert.

 

En als je afrekening over deze claim wilt uitstellen dien je daarvoor een verzoek in te dienen. Het gaat niet automatisch.

 

Commerciële waarde pensioen- en lijfrenteverplichtingen

Het is duidelijk dat de erfgenamen bij het overlijden van een (voormalige) directeur-aandeelhouder van een B.V., goed naar de positie van de vennootschap moeten kijken. De berekening van de waarde is daarbij heel belangrijk. Hoe lager deze is, hoe minder belasting er immers verschuldigd is. Let er bij pensioen-B.V.’s daarom goed op dat de pensioen- en lijfrenteverplichtingen op de commerciële waarde worden berekend. Deze is een s tuk hoger dan de fiscale waarde die in de jaarstukken staat en verlaagt daardoor de netto waarde van de aandelen.

 

 




24 January 2018, Gepost door Peter Meijne


Dit kan ik voor u doen!

Meijne belastingadviseurs beschikt over een brede ervaring. Heeft u een lastige kwestie op gebied van belastingen? Peter Meijne is zeer gespecialiseerd en is u graag van dienst op onderstaande gebieden: