blog

Wat zijn de gevolgen van het verwerpen van een erfenis of legaat?

In ieder geval geen besparing van erfbelasting!

Verwerping of afstand van rechten.

Artikel 30 van de Successiewet (SW) voorkomt dat door het samenwerken van verschillende gerechtigden tot een nalatenschap, waarbij de ene verkrijger afstand doet van zijn erfdeel of legaat zodat de andere gerechtigde een groter deel krijgt, minder schenk- of erfbelasting verschuldigd is.

Dit kan gunstig uitwerken door de toepassing van bepaalde (hogere) vrijstellingen en door de progressie in het tarief.

Stel Jaap heeft geen partner maar wel twee kinderen. Hij overlijdt en heeft in zijn testament zijn vriend Marcel voor een derde gedeelte van de nalatenschap tot erfgenaam benoemd.

Marcel wordt in tariefgroep II belast met een vrijstelling van € 2.418 (in 2023). Als Marcel zijn erfdeel verwerpt, blijven de twee kinderen over als enige erfgenamen.

Voor hen geldt tariefgroep I met een vrijstelling van € 22.918 (in 2023). En een lager tarief van 10% voor de eerste schijf in plaats van 30% en 20% tegenover 40% in de tweede schijf. Dat zou een flink bedrag aan erfbelasting schelen.

Maar op grond van art. 30 SW zullen de kinderen over een derde gedeelte van de nalatenschap tenminste de erfbelasting moeten voldoen die Marcel had moeten betalen als hij zijn erfdeel niet zou hebben verworpen.

De nalatenschap blijft dus in geval van verwerping voor een derde gedeelte in tariefgroep II belast. Aan ieder van de kinderen zal 1/6e deel toegerekend worden.

Hoe verloopt de heffing van erfbelasting als er sprake is van een bedrijfsoverdracht en er een beroep wordt gedaan op de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)?

De BOR kent een voorwaardelijke vrijstelling voor ondernemingsvermogen tot en met € 1.205.871 (2023) en een conserverende aanslag voor het meerdere.

De Kennisgroep successiewet van de Belastingdienst heeft op 27 juli 2023, onder nummer KG:063:2023:29, een standpunt bekend gemaakt over verwerping van een legaat vanwege de BOR-vrijstelling en toepassing van art. 30 SW.

Een weduwnaar heeft drie kinderen en heeft in zijn testament bepaald dat zij de enige erfgenamen zijn. Aan twee van zijn kinderen heeft hij zijn onderneming tegen inbreng van de waarde gelegateerd.

Volgens het testament komt het er dus op neer dat één van zijn kinderen zijn aandeel in de waarde van de onderneming in geld krijgt uitgekeerd en de andere twee onderneming samen voortzetten.

De kinderen kiezen voor gezamenlijke voortzetting.

Maar de kinderen zetten de onderneming liever met zijn drieën voort.

De twee legatarissen ruilen hun legaat in tegen gewoon erfgenaamschap en verdelen de totale BOR-vrijstelling samen met de derde erfgenaam.

Hierdoor ontvangt de fiscus minder erfbelasting dan wanneer de onderneming bij twee van de drie erfgenamen terechtgekomen zou zijn.

Maar daar steekt art. 30 SW een stokje voor. Dit artikel voorkomt dat er minder belasting wordt geheven dan zonder verwerping het geval was.

Er wordt gekeken naar de verschuldigde erfbelasting over de gehele nalatenschap. Met en zonder verwerping.

De Kennisgroep legt dit uit aan de hand van onderstaand voorbeeld:

Stel de nalatenschap bestaat uit ondernemingsvermogen tot een bedrag van 120, banktegoeden 30 en schulden 90.

Het saldo van de nalatenschap bedraagt dus 60. Het erfdeel per kind bedraagt 20.

Het legaat tegen inbreng heeft geen invloed op de hoogte van de verkrijging.

De BOR-vrijstelling zonder verwerping bedraagt 83% (dit is wettelijk vastgesteld) van 120 maal de helft = 49,8% per legataris.

De verkrijgingen van de legatarissen zijn dus onbelast. Een erfdeel van 20 minus een vrijgesteld bedrag van 49,8 is immers negatief.

De derde erfgenaam ontvangt een belaste verkrijging van 20, waarover (stel) 2 aan erfbelasting is verschuldigd.

De BOR-vrijstelling na verwerping bedraagt 83% van 120 maal 1/3 = 33,2 per kind.

Nu is zowel de verkrijging van de (voormalige) legatarissen als die van de derde erfgenaam onbelast.

Er is daarom in principe geen erfbelasting verschuldigd, maar artikel 30 SW zorgt er voor dat er toch wordt geheven.
Op grond van artikel 30 SW wordt de belasting die door de verwerping verloren had kunnen gaan, geheven bij de in eerste instantie belastbare verkrijger.

Dat is hier de derde erfgenaam, bij hem of haar wordt 2 aan erfbelasting geheven.

Bezint eer ge verwerpt!

Uit dit voorbeeld blijkt er aan het verwerpen van een erfdeel of legaat nogal wat haken en ogen kunnen zitten en er geen belastingvoordeel mee wordt bereikt.

ANBI’s

Het kan ook voorkomen dat er door het verwerpen uiteindelijk méér erfbelasting verschuldigd is. Dus als er een deel van de nalatenschap verhuist van een lager belaste erfgenaam naar iemand uit een duurdere groep.

Als er door het verwerpen méér erfbelasting verschuldigd is, vindt er geen reductie plaats.

Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een vrijgestelde ANBI uit coulance naar de wettelijke erfgenamen afstand doet van een deel van de nalatenschap.

Al zijn de omstandigheden er soms wel naar, bijvoorbeeld bij een achterhaald testament, komt dit (helaas) niet zo vaak voor.

Het zal duidelijk zijn dat de fiscus er geen enkel bezwaar heeft als de wettelijke erfgenamen en een ANBI een dergelijke deal sluiten.  


6 August 2023, Gepost door Peter Meijne


Dit kan ik voor u doen!

Meijne belastingadviseurs beschikt over een brede ervaring. Heeft u een lastige kwestie op gebied van belastingen? Peter Meijne is zeer gespecialiseerd en is u graag van dienst op onderstaande gebieden: